Border Terrier

Dit kleine stoere ruwharige ras is gefokt voor met name de vossenjacht op de grens tussen Engeland en Schotland.Zijn uiterlijk en karakter dienen daarom perfect dit doel.Gelukkig past hij zich ook goed aan als gezinshond, sterker nog: ze genieten van hun status als gezinshond. Toch dient men zich altijd bewust te zijn van de instincten en achtergrond van deze geweldige kleine vriend.
De Border Terrier staat beslist niet te boek als een moeilijk opvoedbaar ras, maar wie van hem een gedrilde politiehond wil maken, komt bedrogen uit. Ze hebben een eigen willetje! Dat neemt niet weg dat de Border snel leert en graag zijn best doet voor de baas. Een goed opgevoede Border Terrier gehoorzaamt, als hij consequent en met beleid wordt behandeld. Wanneer echter een konijn zijn pad kruist, komt zijn terrier-aard naar boven en zal hij meestal Oost-Indisch doof blijken voor uw commando’s!
In het leven van alledag is de Border Terrier een puur, ongecompliceerd hondje dat het heerlijk vindt om lange wandelingen te maken, maar dat zich er ook tevreden mee stelt als dat even niet kan. Wie echter meent dat de Border genoeg heeft aan dag in dag uit 3 x daags een blokje om, doet hem vreselijk te kort.
Krijgt de hond voldoende beweging, dan is hij in huis een blije, vrolijke, maar rustige huisgenoot. Hij geniet van heerlijk loom dutten in zijn eigen bench en/of mand, maar het allerliefst nog lekker bij u op schoot. Op zulke momenten lijkt de beschrijving “werkende terrier” volkomen misplaatst.

Uiterlijk
Elke eigenschap die opvalt aan zijn uiterlijk is gerelateerd aan zijn oorspronkelijke gebruiksdoel. De FCI rasstandaard kunt u lezen op de website van de Nederlandse Border Terrier Club N.B.T.C: www.borderterrier.nl Hierin wordt de verschijningsvorm van de Border Terrier tot in detail beschreven.
Zijn gehele bouw is gericht op twee belangrijke zaken. Allereerst moet hij een paard bij kunnen houden en geloof me: dat gaat hard! Hoogbenig, met goede hoekingen, veel kracht in de achterhand en een goede conditie: zo hoort een Border te zijn.
Ten tweede moet hij een vos in de bouw (= “hol”) kunnen volgen, zonder zelf in de problemen te komen. Dat wil zeggen dat hij niet te groot mag zijn, maar vooral ook niet te rond in de ribben, want daardoor kan de hond vast komen te zitten in de vossenbouw. Elke keurmeester zal op een show de hond dan ook even “omvatten” om de borstkas: twee mannenhanden moeten zich juist kunnen sluiten om de borst, de hond is wat men noemt “te omspannen”. In de bouw is ook de wendbaarheid/lenigheid van belang en verder niet te vergeten: de huid en vacht. De huid dient los te zijn – ook iets waar de keurmeester speciaal op let – en de vacht bestaat uit een zachte, ietwat wollige ondervacht, met daarover heen een harde, stugge bovenvacht. Een dergelijke huid en vacht beschermt tegen aanvallen van de vos, maar maakt de hond ook relatief ongevoelig voor beschadigingen in een ruige omgeving.
De compacte voetjes (ook wel kattenvoetjes genoemd), het dichtvallende oor (bescherming gehoorgang), het geweldig sterke gebit, de relatief korte, stevige staart: alles is er op gericht het werk zo goed mogelijk en met zo min mogelijk kans op schade te kunnen doen.
Het is belangrijk te weten waarom de Border Terrier is zoals hij is. Alleen dan kunnen we hem begrijpen en naar waarde schatten.

Tekst gekopieerd met toestemming van C.van Gils-Robben